Gearriveerd in de zon




Zondag 23 mei, camping Kalami Beach

Dag 1 t/m 5 

Het kost wat kilometers maar dan ben je ook ergens. Na twee dagen over de Belgische, Luxemburgse, Franse, Duitse, Zwitserse en Italiaanse autowegen, hebben we woensdag en donderdag bij elkaar 1230 kilometer achter de wielen en staan we in donderdagavond in Bologna. Vrijdagmorgen is het dan nog maar een paar uurtjes naar camping dichtbij Fano. We komen terecht in Stacciola op camping Mar Y Sierra, prachtig tegen een berg aangeplakt met uitzicht op een Italiaans plaatsje en inde verte de Adriatische Zee. Het is nog een campingcheque camping ook! Helaas is de camping wel wat onderkomen. We zoeken ’s midddags vast uit hoe de ferryhaven in Ancona er bij ligt, verkennen Ancona zelf wat en rijden langs de kust terug.

De volgende morgen kost het nog moeite van de camping af te komen, want de auto trekt de caravan niet meer tegen de van steenslag voorziene, steile helling op. Gelukkig heeft de campingeigenaar een flinke tractor en die sleept ons en na ons nog een Hollandse caravan naar boven.

Met de veerboot mee

 ’s Middags wachten we urenlang in de rij voor de ferry. Die Italianen/Grieken kunnen nog wat van de tegenwoordige Engelse veerboten leren! Uiteindelijk zijn we (twee uur te laat, dat wel) aan boord na veel chaotische geschreeuw, gewuif en gefluit van verschillende bemanningsleden. Aan dek nog een stukje achteruit (rechts, links, draaien) gedirigeerd en we stonden. Een enorm schip, dat best wel aan een cruise doet denken maar dan chaotisch. Welke ingang naar boven, welke gang naar de receptie? Duidelijk en handig is anders. Uiteindelijk hebben we een prima hut en (na weer lang wachten) in het selfservice restaurant een matig maal. De dag eindigt in de mooie lounge met muziek en dan naar bed.

Aan zee, op camping Kalami Beach

Vanmorgen dus ook weer twee uur te laat aangekomen maar ter plekke snel het schip af. Nu staan we op zeer bloemrijke camping op plekje aan zee. Blauwe zee, groene bergen om de baai rond ons heen en ’s middags een aardig zonnetje. Wie doet ons wat. Morgen gaan we cultuur snuiven.

Oude cultuur en moderne techniek


 maandag 24 mei

Dag 6

Heel oude cultuur vonden we vandaag in het Nekromantion, 20 kilometer ten zuiden van Parga.
Het kleine dorpje Messomotamo probeert een graantje mee te pikken van de toeristen die hier het vlakbij gelegen Orakel van de Doden komen bezoeken.

Toegegeven, je hebt wat fantasie nodig om om je voor te stellen dat men in de 3e en 4e eeuw voor Christus hier de doden om raad kwam vragen. In volslagen duister werden pelgrims hier destijds naar toe gebracht en dachten ze de stemmen van doden te horen. Vlakbij stroomt de Acheron, de dodenrivier, waar Hermes de doden (nadat ze tol hadden betaald) naar de onderwereld bracht. Nu kun je er boottochtjes maken en liggen er simpele vissersbootjes.

Parga

Veel eigentijdser en toeristischer is Parga, een prachtig aan een baai gelegen stadje, dat voornamelijk uit restaurantjes en winkeltjes bestaat. Hier vinden we een hotelterras met WiFi. Blij met deze moderne techniek bestellen we via internet een Tom-Tom kaart van Griekenland. Dit blijkt alleen te kunnen, samen met alle andere landen van Europa, inclusief Rusland en Turkije. Het opladen duurt met de tergend langzame verbinding drie uur! En diverse consumpties op het verder fraai op zee uitkijkend terras. Maar hierna kunnen we dan ook iedere uithoek en camping vinden.

In het Griekse tempo



26 mei

Dag 7 en 8 

Wij doen deze reis met onze caravan en hanteren daarbij het systeem dat we 3, 4 of 5 dagen op een camping blijven staan en daarvandaan tochtjes in de omgeving maken. Zo hebben we dat ook vanaf onze eerste camping Kalami Beach gedaan.

We begrijpen wel dat Griekenland heel populair is bij camperaars. De bezienswaardigheden en plaatsjes liggen vaak een eindje van elkaar en heb je in een uurtje of een paar uurtjes ook wel bekeken, terwijl er tussenin vooral natuur is en verder niets. Het lokt dan wel om van sightseeing punt naar sightseeing punt te rijden.

West Griekenland

West-Griekenland blijkt heel bergachtig te zijn. Die bergen zijn ook wel begroeid met gras, taaiige onderbegroeiing of bomen maar maken gek genoeg toch vaak een kale of in ieder geval dorre indruk. Alleen pal aan de kust is het groen ook echt groen. Die kustlijn is prachtig: groene bergen, blauwe zee met zo nu en dan een wit bootje. Plaatsjes met huizen met rood/oranje daken en stille baaitjes.

Rustige terrasjes en aardige Grieken

Het is nog opvallend rustig; op de wegen is niet veel verkeer (ook niet op de enige autoweg , trots en glorie van de Grieken). Ook op de terrassen van de talrijke restaurantjes en tavernes is het vaak stil. Voor ons best prettig maar het is voor die arme Grieken wel te hopen dat er van de zomer meer toeristen zijn.
De mensen die er nu zijn, zijn vaak Duitsers en Nederlanders. De Grieken zijn aardig en behulpzaam voor de toeristen, is tot op heden onze ervaring. Men doet zijn best ons in het Engels te woord te staan en soms spreken ze ook wat Duits. Gelukkig staan ook de plaatsnamen in gewoon schrift vermeld, want anders zou het toch wel heel lastig worden.

Orakel van Donona

Gisteren hebben we Donona bezocht. Hier is nog een 2000 jaar oude arena te bekijken, uitgehakt in de berg. Daar vlakbij was ook het orakel van Donona: priesters gaven in de eeuwen voor Christus antwoord op vragen en haalden die antwoorden uit het geruis van de bladeren van een oude eik gecombineerd met de klanken van bronzen ketels. Een nazaat van die eik is op die plek herplant, zodat je tussen de antieke brokstukken een beeld krijgt hoe het ooit geweest moet zijn.

Ook bezochten we Ioanina, een stadje met Oosterse invloeden aan een meer. We moeten het Griekse ritme nog een beetje te pakken krijgen en er rekening mee houden dat na 2.00 uur of half drie alles dicht gaat. Sommige winkels gaan dan om half vijf of half zes wel weer open. Nu waren we juist in de kasba, toen alle rolluiken naar beneden gingen.

Vandaag brengen we door aan het strandje van de camping in Grieks tempo; rustig aan dus, terwijl de zon ons verwarmt. Morgen trekken we verder richting Meteora kloosters, midden op het vaste land van Griekenland.

Verder naar het binnenland



27 t/m 29 mei


Omdat we het aan de kust wel hebben bekeken, trekken we verder het binnenland in. Via de nieuwe autoweg zou dat redelijk snel moeten gaan. Helaas moeten wij bij afslag 6a de autoweg af, omdat men aan de weg aan het werk is. (of althans dat van plan is). Dat betekent flink wat haarspeldbochten nemen. Een stukje verder mogen we de weg weer op maar dat genoegen blijkt van korte duur. Deze keer stuurt tom-tom ons er af, omdat het systeem kennelijk niet zeker is dat er een afslag is richting Meteora-kloosters. Die blijkt er wel degelijk te zijn maar dan hebben wij er al vele kilometers op de oude, zeer bochtige en soms slechte weg op zitten. Het levert wel een spectaculaire tocht door de bergen op, een skigebied, zo blijkt ons. We komen er paarden en koeien tegen. Even wordt het hachelijk, als de weg zo slecht is, dat hij in feite ophoudt. Gelukkig liggen er wat planken en manoeuvreert Job auto en caravan voorzichtig en zorgvuldig het ‘afstapje’ af. Het lukt allemaal zonder schade.

Nog meer dan de vorige camping doet camping Meteora Garden (met fraai uitzocht op de Meteora stenen en kloosters) ons denken aan Franse campings, pakweg 30 jaar geleden. Alleen de hurktoiletten ontbreken. Verder is alles er, maar werkt het met de Franse slag. Geen luxe maar het functioneert, de zon schijnt en de ontvangst is hartelijk. Meer kun je toch niet verwachten.

Meteora Kloosters

We zijn hier om de Meteora-kloosters te bezoeken en dat doen we dus. Het is een bijzonder gezicht: uit het vrij vlakke landschap doemen ineens een aantal loodrecht omhoog gaande rotsen op. Op die rotsen is in de 14e eeuw een aantal kloosters gebouwd. Ze liggen letterlijk op en tegen de rotsen geplakt; in vroeger dagen onneembare vestigingen. De kloosterlingen en al hun benodigdheden moesten met een mand worden opgehesen. Tegenwoordig zijn er trappen. Het bezoeken van de kloosters vergt dus een flinke klim.
We bekijken er drie: het klooster van de Megalo, het klooster van Verlaam en dat van Agios Stefanos.
Je mag steeds maar een paar vertrekken zien, waaronder de kerk. Die zijn van binnen van boven tot onder en rondom beschilderd, er hangen Griekse kruisen en Oosterse lampen. Aan de wanden iconen. Het geheel doet in onze westerse ogen bijna sprookjesachtig aan.

Heilige plaatsen

Voor de Grieken zelf zijn het duidelijk heilige plaatsen, zien we. Behalve toeristen komen ook Grieken met bussen vol. Ze branden kaarsen, slaan kruisen en kussen eerbiedig de iconen. Bijzonder om te zien. De kloosterlingen zelf zien we nauwelijks en op de foto willen ze niet, evenmin als je binnen mag fotograferen.

Zaterdag vertrekken we weer uit deze streek en rijden richting Volos en de Pilion; een rit van ca. 3 uur over goede wegen. Minder aangenaam is de route met caravan dwars door het drukke Volos maar we redden het. Een beter alternatief was de Ringroad geweest en dan richting Platania, maar ja, weet alles maar es vooruit.

We staan nu op camping Sikia bij Kato Gatzea en voldoen daarmee aan alle clichés. We staan in de schaduw van olijf- en citroenbomen, de bedwelmende geur van bloemen in onze neus, zicht op zee en een glas onder handbereik.
Morgen gaan we de streek verkennen.

Over bergen en baaien: de Pilio





29/5 t/m 1/6

Na dagen zinderende zon en een verfrissende regendag geurt camping Sikia ’s avonds nog meer naar allerlei exotische bloemen. We staan 4 nachten op deze goed uitgeruste camping, die met zijn mooie toiletgebouwen, taverne, winkeltje en privé strandjes niet onder doet voor West-Europese campings. Er is zelfs internet en dat voorziet in een behoefte. ‘s Avonds zitten de (vooral Nederlandse) 50- en 60-plussers bij het restaurant achter hun laptops te emailen, internetten en skypen.

Vanaf de camping maken we tochtjes de Pilio in, het vingervormige schiereiland aan de Oostkant van Griekenland. Het is er bergachtig en groen en de hooggelegen, bochtige wegen staan er garant voor fraaie maar langdurige tochten met eindeloos geslinger. Zo doe je gemakkelijk een uur over 30 kilometer bochten, die uiteindelijk hemelsbreed slechts luttele kilometers van elkaar gelegen punten verbinden. Het levert drie gevulde dagen op: een naar de oostkust, een naar de zuidpunt en een naar Volos en de streek ten noordoosten daarvan. Kenmerkend voor de streek is niet alleen het vele groen maar ook en vooral de prachtige vergezichten. Na bijna iedere bocht heb je weer een ander uitzicht op één van de vele fraaie baaien of baaitjes met kristalhelder water of zie je een tegen de berg geplakt dorpje met huizen met rood/oranje daken. Zelfs de grote stad Volos levert vanaf de hoogte gezien met al zijn witte huizen een prachtig beeld op.
Het treintje van Milies naar Lehonia zien we op zondag. Het blijkt alleen in het weekeinde te rijden. We maken de lange stop en het keren van het smalspoorlocomotiefje in Millies mee. Een treinrit meemaken zit er niet in, omdat we dan niet meer terug kunnen. In plaats daarvan rijden we naar de oostkust en bezoeken – bocht in, bocht uit – een paar van de laaggelegen baaitjes en eten een hapje in Ionnis.
De volgende dag is de westkant aan de beurt: ook weer kronkelwegen, stille bergdorpjes en schilderachtige kleine kustplaatsjes, waar de weg letterlijk direct langs zee loopt. De weggetjes zijn soms zo smal dat we blij zijn dat we nauwelijks iemand tegen komen. Het groen bestaat hier vooral uit olijfbomen, afgewisseld met bloeiende brem. Dat, gecombineerd met tegen de berg geplakte kleine dorpjes met kerkjes en platanen, geeft een beeld als van de plaatjes. Alleen de ezels ontbreken! De dorpjes kunnen overigens zo klein niet zijn of ze hebben wel een paar terrassen. Een paar mannen bekijken er vanachter hun koffie belangstellend de enkele toeristen die er zijn. Aan de vriendelijkheid van de uitbaters ligt het niet; overal worden we – vaak in het Engels, soms in het Duits – uiterst vriendelijk welkom geheten. Maar om een boterham te verdienen zijn er toch echt meer klanten nodig, lijkt ons.
Gezien de souvenirwinkeltjes wordt in Makrinitsa en Portaria, ten noordoosten van hoofdplaats Volos, echt op toeristen gerekend. Maar ook hier is het rustig.

Morgen verlaten we deze streek en rijden richting Delfi. We hebben inmiddels uitgevonden dat we de Ringroad rond Volos moeten nemen in plaats van de caravan via de aangegeven weg dwars door het drukke centrum te sturen, zoals we (zenuwslopend) gekomen zijn.
Tip: vanuit het Noorden betekent dit de Ringroad richting Portaria (en later Agria) nemen. Als de weg ophoudt naar rechts en de kustweg weer opzoeken.

Orakelen vanaf Delfi












2 t/m 4 juni

Delfi

Onze volgende stop is Delfi. We rijden er vanaf de camping ten zuiden van Volos in zo’n 4 uur naar toe over goede wegen. De route voert ons eerst door vruchtbaar akkerland, waar graan wordt geteeld. Het laatste gedeelte rijden we door en over de bergen. Het gebied is nauwelijks bewoond en ziet er met zijn karig begroeide hellingen onherbergzaam uit.

We vinden een plaatsje op Camping Delfi en krijgen er een adembenemend uitzicht bij. De camping ligt hoog boven de vallei en vooral vanaf de 18 plaatsjes aan de rand kun je genieten van een panorama dat zich 180 graden uitstrekt. We kijken op het onderliggende dorp, de zee van olijfbomen even verderop en op de door bergen omzoomde baai. ’s Morgens ontbijten we in de zon en ‘s avonds krijgen wij op dit ‘balkon’ de laatste zonnestralen en een briesje uit zee. Dit uitzicht, gevoegd bij het lekkere zwembad maken het voor ons een topcamping.

Natuurlijk bezoeken we van hieruit de even verderop gelegen opgravingen van Delfi en het bijbehorende museum. Het antieke Delfi dateert uit zo’n 400 voor Christus en zou je kunnen vergelijken met het Vaticaan van nu; er woonden behalve de priesters geen mensen maar was een belangrijk heiligdom. Het belangrijkste was de tempel van Apollo, waar nog enkele pilaren van staan. Hier werd de pythia (een priesteres) om raad gevraagd. De pythia was in trance en orakelde dan onsamenhangende antwoorden op vragen die men haar stelde. Zoals een hedendaagse horoscoopvoorspelling waren die antwoorden vaak voor meerdere uitleg vatbaar. Een priester ‘vertaalde’ die dan, op een manier die hem goed leek.
En zo trok ooit Kroisos ten strijde nadat hem was voorspeld dat hij bij het voeren van een oorlog tegen de Perzen een groot koninkrijk zou vernietigen. Dat het zijn eigen koninkrijk was had de priester er niet bij verteld!

Museum eerst

Van de tempel mag dan niet veel meer over zijn, het bijna even oude theater ligt er nog mooi bij en ook de renbaan is nog behoorlijk in tact. In het bijbehorende museum zijn verschillende beelden te zien die bij de opgravingen zijn gevonden en ook stukken van het fries van de tempel. Topstuk is de manshoge Wagenmenner in brons. Wij vonden het leuk dat we eerst het museum hebben bekeken. Je kunt je dan beter een voorstelling maken hoe het hele complex er 2500 jaar geleden uit moet hebben gezien.

Een ander tochtje bracht ons bij het klooster van Osios Loukas, zo’n 35 kilometer ten oosten van Delfi. Ook weer een prachtig gelegen en goed onderhouden klooster met fraaie mozaïeken in de kerk. Voor het vakantiegevoel was er verder nog een wandelingetje door Arahova, een dorpje dat in de winter kennelijk een wintersportoord is en zomers ook op toeristen rekent.

Morgen treken we verder richting Korinthie.

Korinthie, Mycene en Athene


 5 t/m 8 juni


Weer hebben we uitzicht op zee. Op camping Blue Dolphin in Korinthe krijgen we een van de plaatsjes die direct aan het strand zijn gelegen. We staan er weliswaar zij-aan-zij met andere caravans maar wel lekker onder de rietmatten in de schaduw en met direct zicht op en toegang tot het kiezelstrand met gratis ligbedden en parasols. Als bonus is er het zicht op de bergketen aan de overzijde van de Golf van Korinthe.

De rit er naar toe kost ons nog geen vier uur en gaat een groot gedeelte over de snelweg/tolweg. Ook de doortocht door de smalle straatjes van Delfi en Arahova verloopt vlekkeloos; we komen er gelukkig geen grote tegenliggers tegen.

Kanaal door Korinthie

In de middag bezoeken we het kanaal door Korinthe, dat schepen een doorgang biedt van de Korintische naar de Saronische Golf. Het kanaal toont akelig smal: nog geen 25 meter maar ook griezelig diep. Vanaf de bruggen ligt het zo’n 70 tot 80 meter onder je. De eerste spade ging de grond in door keizer Nero maar het project heeft daarna eeuwen stil gelegen en werd pas in 1893 voltooid. Tegenwoordig gebruiken nog maar weinig schepen het kanaal maar een bijzonder gezicht is het het wel.

Opgravingen Mycene en Oud-Korinthie

Zondag is de eerste zondag van de maand en die zondagen is er van overheidswege gratis toegang tot allerlei opgravingen. Leuk voor de toeristen maar ook de Grieken zelf maken er graag en massaal gebruik van. Met bussen vol zien we ze bij de opgravingen in Mycene en Oud-Korinthie, die we vandaag bezoeken. Veel is er niet meer te zien van de oude culturen die hier ooit floreerden. Fundamenten en overgebleven restanten muur en pilaren geven een indruk hoe groot en indrukwekkend die plaatsen destijds geweest moeten zijn. De eeuwen vliegen je om de oren. Korinthe is tussen de 2000 en 2500 jaar oud en Mycene nog zo’n 1000 jaar ouder. De interessante vondsten zijn ondergebracht in musea maar op de vindplaatsen liggen nog genoeg oude brokstukken, waar men wellicht nog eens iets mee van plan is. In de musea gaat het vooral om de vele beelden, waarmee die tempels en gebouwen ooit getooid waren. En dan zijn er natuurlijk nog de potten, schallen en amfora, die er gevonden zijn.

Athene

De meest bekende stenen wachten ons natuurlijk maandag in Athene. We gaan er met de trein naar toe. Over de duidelijk nog niet zo lang gelegen aangelegde spoorlijn een reis van ca. 90 kilometer die een goed uur (10 euro retour) duurt. De metro brengt ons van Athene Centraal in een kwartiertje naar het station Akropolis. Met de toeristenstroom mee lopen we via het oude theater naar boven, de Akropolis op. We bewonderen er (tussen de mensenmassa door) het Pathenon en de kleine Athena-tempel. Hoe toeristisch ook, het blijft een belevenis dit zo overbekende beeld nu met eigen ogen te zien. Het blijft ook moeilijk je voor te stellen dat dergelijke bouwwerken zo’n 2500 jaar geleden gebouwd konden worden.
Meer oudheid vinden we nog in de Agora beneden aan de Akropolis. Hier staat onder andere de met de geld van Rockefeller helemaal opnieuw gebouwde Stoa. Dit laatste is nu een museum en geeft tegelijkertijd natuurlijk een indruk van de grootsheid van weleer.

 Natuurlijk lopen we ook door de Plakawijk en gaan we nog naar de tempel van Zeus. Voor een uitgebreid bezoek aan het Nationaal Archeologisch Museum hebben we eigenlijk geen tijd dus dat laten we schieten. Er zijn overigens zoveel oudheden ook gevonden bij de bouw van de nieuwe metrolijnen, dat die niet allemaal naar musea zijn gebracht maar ook heel gewoon, achteloos bijna, zijn te bekijken op exposities in de metrostations. De oudheden kunnen je dus niet ontgaan. Al met al vinden we Athene wel een drukke stad maar zeker niet zo vies als je altijd hoort. Aan winkelen of het bezoeken van de markt komen we niet eens toe. Misschien iets voor een apart bezoek?

We overwegen nog een tweede dag aan Athene te besteden maar gebruiken dinsdag uiteindelijk als luier- en stranddag op de camping.

Morgen trekken we verder naar Nafplio voor nog meer oude cultuur.

Nog meer zee, strand en cultuur



 9 t/m 12  juni

We willen Nafplio zien en het theater in Epidaurus. Op zich kan dit best vanuit Korinthie maar het betekent wel veel heen en weer rijden.

We rijden daarom met caravan en al richting Nafplio en vinden een plaatsje op camping Kastraki bij Assini, zo’n 12 kilometer van Nafplio. Het is geen lange tocht en rond half 11 staan we weer geïnstalleerd op deze camping. Het is niet druk en ook hier krijgen we een plaatsje direct aan het strand, in de schaduw van de vele bomen die hier staan. Het is een wonderlijke camping, die wat aan vergane glorie doet denken. Het terrein is prachtig, mooi aan zee gelegen en met veel oude bomen. Al dat groen wordt ook gekoesterd. Tegelijkertijd doen de gebouwen weer denken aan de Franse campings van twintig of dertig jaar geleden. Maar ja, als er half juni nog maar zo weinig gasten zijn, komt er natuurlijk ook niet veel geld binnen om verbeteringen van te bekostigen. Arme Grieken.

Oude Grieken

Dat gevoel krijgen we vaker, want ook hier worden we welkom geheten door een letterlijk oude Griek, die een paar woorden gebrekkig Engels spreekt. Op de vorige camping was het een al even bejaard echtpaar, dat – zo te zien – ook niet uit weelde de camping runde. Een derde voorbeeld zien we hier in het nabijgelegen dorp Tolo, waar we voor zaterdag een boottocht naar de eilanden regelen. Het boekingskantoortje wordt ook al weer beheerd door een paar-op-leeftijd, dat met een paar woorden Engels zo hun pensioen aanvult. Althans, daar lijkt het op. Ze vormen een schril contrast met de Grieken (op leeftijd en jonger en alleen mannen overigens) die we de hele dag achter hun Griekse koffie in de taveernes zien zitten.

Nafplio

’s Middags rijden we naar Nafplio, waar we de zich boven de oude stad verheffende citadel bezoeken. Verder slenteren we er langs de haven en door de straatjes van de oude stad. Een gezellige stad met winkeltjes, restaurantjes en met bloemen begroeide huizen. Gezellig.

Theater van Epidaurus

De volgende dag rijden we naar Epidaurus. Hier staat het best bewaard gebleven oude theater van Griekenland. Het is zo’n 2300 jaar oud en nog behoorlijk in tact. Er was ooit plaats voor 14000 toeschouwers, die er naar Grieks drama keken. Zoals bij eerdere opgravingen waar we waren, bekruipt ook hier de verbazing en bewondering je, dat men die 2300 jaar geleden kon bedenken, kon uitrekenen en kon bouwen. De akoestiek is er perfect. Wat beneden in de ronde ‘piste’ wordt gezegd, is letterlijk op de bovenste ring te horen. Hoe mooi gezang er klinkt, horen we van een Duits jongerenkoor dat er toevallig tegelijk met ons is en waarvan eerst leden afzonderlijk en later het hele koor een kleine proeve van hun kunnen geven. Omgekeerd rolt ook het applaus van het handjevol toeschouwers donderend naar beneden!
We rijden terug door de olijfbomen en sinasappelbomen en later door een desolaat berglandschap. Hier wonen niet of nauwelijks mensen.

Eilanden Hydra en Spetses

Bij een bezoek aan Griekenland horen ook de eilanden. We bezoeken er vrijdag twee: Hydra en Spetses via een eendaagse cruise, die vanuit Tolo wordt aangeboden. Als Onassis-imitaties laten we ons op het spierwitte schip (met tapijt op het dek, ja, ja) over de gladde zee langs de bergachtige kust naar de eilanden varen. Vooral Hydra is leuk. Best wel toeristisch maar met aardige restaurantjes en mooie winkels. Tel daarbij een haven vol boten en bootjes en je krijgt een soort Saint-Tropez gevoel. Niet verkeerd voor een middagje. Spetses valt daarna een beetje tegen.

Eigenlijk zouden we zaterdag weer doorreizen maar het is zo warm, dat we er nog een lees- en stranddag op de camping aan vast plakken. Tenslotte is het maar twintig meter lopen vanuit onze caravan naar zee.

Mistras, Geraki, Monemvassia












 13 t/m 15 juni 

Soms heb je van die dilemma’s. Gaan we vanaf Nafplio door naar Gythion (aan de zuidpunt van de Peloponnesus) of naar Mitras bij Sparta, 50 kilometer noordelijker, midden in het land. Gythion geeft een betere uitvalsbasis voor Monemvassia (aan de zuid-oostkust), zo dubben we, maar betekent wel weer dezelfde weg terug met caravan en al om aan de westkust van de Peloponnesus te geraken.

Uiteindelijk kiezen we voor Mitras. We strijken er zondag rond de middag neer op camping Castle View en voelen ons jaren terug in de tijd. En ook een beetje als God in Griekenland. Een kleine camping, zonder afgebakende plaatsen, waar we nu onder de olijfbomen staan. Natuurlijk is er een taverne met overdekt terras, uitgebaat door de zoon van de familie (very good restaurant, aldus zijn trotse vader). Als concessie aan de moderne tijd is er ook nog een zwembad, waar een vrouwelijk familielid insecten staat dood te slaan.
Rijk kan de familie er niet van worden, want waar betaal je nog 3 euro voor 2 pullen ijskoud bier?

We bezoeken de oude Byzantijnse stad, die boven het dorp ligt en natuurlijk bijna gehele tot ruïnes is vergaan. Toch is er nog een in bedrijf zijnd klooster. In de verschillende kerken zijn nog fresco’s te bewonderen. We klimmen zelfs via een paar honderd treden en smalle stenige paadjes helemaal naar boven naar het oude kasteel. Een warme tocht, die ons beloont met een uitzicht over het dal met zijn vele olijfbomen.’

Geraki en Gythion

Olijfbomen zien we ook bij duizenden tijdens ons tochtje naar Geraki en Gythion.
Geraki ligt geheel in de bergen verstopt, een dorp op een rotspunt gebouwd. We komen er terecht in straatjes zo smal, steil en nauw, dat we onszelf bijna vast zetten. Een vriendelijke Griek geeft ons aanwijzingen hoe we beneden in het dorp moeten komen. Daar loopt de tijd nog in het tempo van een slingeruurwerk. Een plein met bomen, enige tavernes, flink wat bezoekers, stokoude auto’s van modellen die al jarenlang uit productie zijn, brommers met kistjes.

Er blijkt een begrafenis gaande en we zien de stoet vanuit de kerk naar beneden naar het kerkhof lopen. Drie jongelui in T-shirt en korte broek voorop met de ‘gouden’(koperen) kruisen. Daarachter de zeg-zingende priester, de rouwauto en de lopende nabestaanden en dorpelingen. Als de stoet het plein passeert, staan alle bezoekers van de tavernes (en wij dus ook) respectvol op. De achterste volgers in de stoet zien we hier wel afhaken en meteen naar de taverne gaan. Later komen er ook andere begrafenisgangers en wordt het steeds gezelliger. De visventer die zijn waren komt aanprijzen en waar iedereen zich om de achterbak van zijn pick-up truckje verdringt, maakt het tafereel compleet.

Later brengen we nog een bezoek aan Gythion, een best wel aardige havenplaats. Daar merken we ook wat van het ongenoegen van de Grieken over de opgelegde bezuinigingen. De vuilnisdienst staakt er kennelijk en dat betekent hele hopen (stinkende) vuilniszakken.
Een maal op het terras van onze ouderwetse camping (25 euro, inclusief fooi) maakt onze dag compleet.

Monemvassia

Het is de laatste dagen steeds warmer geworden. We beginnen onze tocht naar Monemvassia daarom redelijk vroeg in de morgen. Maar de 90 kilometer lange rit langs bergen en olijfbomen (alweer) kost ons ruim 1,5 uur. Gelukkig zorgt de airco in de auto voor aangename koelte, want het kwik stijgt deze morgen al tot 35 graden en zal in de middag zelfs 42 graden halen.

Monemvassia wordt vergeleken met Gibraltar: een rots in zee. Op die rots ligt een middeleeuwse plaats geplakt, die in zijn geheel onder de werelderfgoedlijst van Unesco valt. Je komt er vanaf het vasteland over een dijk. Natuurlijk zijn er in het (autovrije) dorp met zijn nauwe, stijgende straatjes en vele trappetjes restaurantjes en winkeltjes maar toch is het geheel lang niet zo kitscherig als bijvoorbeeld de Mont St Michel.
Er wordt ook flink gerestaureerd, maar omdat er geen auto's in het stadje kunnen komen, moeten alle bouwmaterialen worden aan- en afgevoerd met muilezels. Zo zien we met enige regelmaat mannen acht flinke emmers vol scheppen. Muilezels krijgen vier emmers op hun rug en brengen dan sjok sjok het af te voeren zand buiten de poort. Tsja, zo kost een project wel tijd, zeker ook in deze hitte.

We dwalen er door de straatjes en vinden het bezoek ook zeker de moeite waard maar na een paar uur hebben we het wel bekeken. We ontvluchten de ergste hitte op het vasteland in een taveerne voor een late lunch en rijden dan terug naar de camping. Puf, wat is het heet. Te warm voor nog een rijdag vanaf de camping naar het natuurgebied van de Mani, besluiten we. Jammer, maar misschien iets voor een ander jaar.

Morgen rijden we naar de westkust en hopen dat het aan zee een paar graden koeler zal zijn.

Zon, zon, zon en zee



16 juni t/m 19 juni


Terwijl de rest van Europa nog maar zeer matige temperaturen kent of zucht onder overstromingen (we luisteren iedere avond naar de Wereldomroep), is in Griekenland echt de zomer ingetreden. En dat betekent temperaturen van rond de 35 graden of zelfs meer.

We zoeken (wat) verkoeling aan de westkust van de Peleponnesus.

Kalamatapas

Dat betekent vanuit Mistras een rit van 110 kilometer naar Pylos. En wat voor kilometers. Denk aan de verhalen uit de zestiger jaren van families die met tent, vouwwagen of caravan naar Italie of Oostenrijk trokken en dan bergpassen over moesten met vele haarspeldbochten. Zo was hier de weg/bergpas naar Kalamata: smal, steil en kronkelig.
Terwijl ik met het zweet in mijn handen zat, heeft Job de combinatie koelbloedig in de snikhitte door alle bochten gesleept. Gelukkig waren er wel vangrails en muurtjes zo nu en dan en kwamen we ook – alweer gelukkig – geen grote, brede tegenliggers tegen. Enfin, alles bij elkaar letterlijk en figuurlijk een adembenemende tocht.
Want mooi is die pas wel, begroeid en groen en met prachtige vergezichten..

Pylos in Grieks tempo

Eenmaal over de pas, is de weg naar Pylos niet moeilijk meer en nu staan we zo’n 10 kilometer noordelijker op camping Erodios. Een mooie, moderne camping, die zich kan meten met West-Europese maatstaven. Weer lopen we vanaf ons plaatsje onder schaduwmatten op de vooral door Duitsers bezochte camping zo het strand (met ook weer gratis ligbedden) op.

Gezien de warmte houden we het Griekse tempo aan en dat betekent dus dat we vooral na de middag niet veel meer doen dan een beetje lezen, beetje zwemmen, beetje aan het strand liggen, schaduw opzoeken enzovoorts.
De relatief koelere ochtenduren nemen we te baat voor een bezoekje aan de nabijgelegen lagoon, waar Griekse studenten ons enthousiast vertellen over het belang van die waterplas voor overvliegende vogels op trektocht. Heel boeiend allemaal maar eigenlijk vinden we de nabij gelegen kleine, door bergen omarmde, sprookjesachtige baai met zijn kristalheldere blauwe water nog veel mooier. Ook nemen we een kijkje in Pylos, waar het (relaxte) leven zich afspeelt op het centrale plein bij de haven. Enorme platanen geven er schaduw aan de terrasjes van de vele taveernes, die ook hier het plein omzomen. Net als de Grieken zelf zitten ook wij er aan de ijskoude frappe of freddo cappucino.

Paleis van Nestor

Een ander ritje voert naar het paleis van Nestor of wat daar nog van over is.
Dat is niet veel, want het paleis werd al in 1200 voor Chr. door brand verwoest. Toch kun je nog zien hoe groot en uitgebreid het moet zijn geweest. De koning had in ieder geval een prachtig punt gevonden om zijn onderkomen te bouwen. In de verte zie je de zee en vanaf de heuvel van het paleis strekken in het dal de olijfgaarden zich uit. Of de mooie beplanting om de paleisresten er indertijd ook was, is natuurlijk onbekend. Maar met alle bloeiende struiken om het toendertijd imposante gebouw heen, moet het een plaatje zijn geweest. Bijzonder bij de restanten is in ieder geval de antieke, rijk versierde, stenen badkuip van de koningin. De vele vondsten zijn te bewonderen in het museum in het enige kilometers verderop gelegen Chora. Al die rijk versierde potten en amfora’s blijven de moeite waard.
Vermeldenswaard is nog dat twee studenten uit Maastricht een fraaie maquette van het paleis hebben gemaakt, die hier is te bewonderen.

Antiek Olympia: tempels en natuur.












 20 juni t/m 21 juni


We nemen de rust van de zondag waar om te verplaatsen naar Olympia. Erg breed zijn de wegen hier niet en op zondag verwachten we in ieder geval nauwelijks vrachtverkeer, zodat we minder kans hebben op grote tegenliggers, die we moeilijk met onze caravan kunnen passeren. Die verwachting klopt. Op aanraden van andere Nederlanders rijden we het eerste stuk van Korifasi tot Gargaliani zelfs over een ‘gele’ weg langs de kust in plaats van over de drukke, smalle en bochtige hoofdweg. Al met al staan we rond de middag al in Olympia op camping Olympia. Een aanrader is deze camping, die wordt uitgebaat door een oude baas, niet. De ontvangst is meer dan hartelijk, dat wel, met een zakje pruimen. Maar de oude Franse slag van kapotte wc-haakjes en douches, waar je je kleren buiten moet hangen, heeft hier wel erg toegeslagen. Erg druk is het dan ook niet.

Olympia

In Olympia zijn we natuurlijk voor de opgravingen en het museum. Dit is de plek waar zo’n 2500 jaar geleden de grote tempel voor Zeus stond, plus allerlei andere gebouwen. Het is ook de plek waar in de oudheid zo’n 1000 jaar lang (Van 776 voor Chr tot 393 na Chr) Olympische spelen werden gehouden. De ‘heidense’ spelen werden in dat laatste jaar door de christelijke Romeinse keizer Theodosius verboden en de gebouwen werden vernield. Een aardbeving in 551 deed de rest. Ook hier geldt weer: wat een prachtige plek, omgeven door bergen. Hoe groots de tempel er uit moet hebben gezien, kun je je weer voorstellen in het prachtige museum. In een zaal zijn daar de beelden van de friesen van de tempel te zien, waarbij de voorstelling de hele lengte van de zaal in beslag neemt. Andere topstukken zijn een marmeren beeld van Hermes en een terracotta beeld van Zeus.

Tempel van Apollo

We rijden ook nog naar de tempel van Apollo in Bessai, zo’n 15 kilometer ten zuiden van Andritsena. De tocht er naar toe voert door een vrijwel onbewoond bergachtig gebied. De tempel zelf is één van de best bewaarde tempels in Griekenland en ligt echt op een verlaten berg. Er zijn waarschijnlijk maar weinig bezoekers, omdat de tempel niet echt gemakkelijk is te bereiken. Bovendien staat het geheel jammer genoeg al zo’n 25 jaar onder een tent, om de tempel zo tegen de elementen te beschermen. Al jarenlang is men bezig met reconstructies en zo te zien gaat dat nog wel enige decennia door. Toch de moeite waar om te zien, vinden wij.

Lousioskloof

Het lijkt een goed plan om vanuit Olympia ook de Lousioskloof te bezoeken, midden in de Peleponnesus. Op de kaart lijkt het niet zo ver: zo’n 80 kilometer naar het oosten. Het is een rode weg, een hoofdweg dus, maar die blijkt in de praktijk niet alleen flink voorzien van haarspeldbochten, maar ook zo nu en dan behoorlijk smal. Het kost ons dan ook ruim anderhalf uur tot Dimitsana, aan het begin van de kloof. Het is wel een mooie rit, door een prachtig groen landschap.
Dat had ons moeten waarschuwen: zo groen, betekent meestal water. Het is de aardrijkskundeles uit het boekje: wolken stijgen tegen de berghelling en regenen dan leeg. We zien de spectaculaire kloof dan ook voornamelijk in de regen. Dat is wel jammer, want er lopen voetpaden naar verschillende kloosters en langs de rivier maar die lokken niet echt in de regen. Het is bovendien niet alleen nat, maar ook behoorlijk fris, zelfs maar 12 graden. En dat vergeleken met de 35 graden van enige dagen geleden.
 Als troostprijs zien we langs een nog kronkeliger en nog smallere weg,uiteindelijk wel kans vlakbij het klooster Prodromou te komen. Via een smal pad wandelt Job er vervolgens nog naar toe. We laten het daarbij en rijden via dezelfde kronkelroute weer terug naar Olympia.

Lekke band en laatste Griekse sferen



 22 juni t/m  27 juni


Onze laatste stop is Kato Alissos, vlakbij Patras.

Als we uit Olympia willen vertrekken, blijkt een voorband van de auto lek. Het verwisselen van de band kost Job niet veel moeite en tijd. Wel willen we de kapotte band weer graag gerepareerd hebben. De benzinepomp dichtbij heeft weliswaar een kleine werkplaats maar volens de uitbater geen mensen. Een benzinepomp, annex auto-onderdelenhandel, annex werkplaats wat kilometers verderop kan ook niet helpen: de werkplaats zit dicht. Nog weer wat kilometers verder hebben we meer geluk: bij een gesloten benzinepomp hoort een kleine garage, die zowaar open is en waar wel drie jonge mannen zitten. Verstaan doen we elkaar niet maar een van de jongens begrijpt de bedoeling en slaat aan het bellen. Er zal iemand komen, gebaart hij en jawel na een half uurtje komt er een verbrede Smart aanstuiven. De chauffeur neemt onze band en gebaart te volgen. In een flinke vaart gaat het richting Pyrgos en in de buitenwijk langs onduidelijke bedrijfjes en ja hoor, daar heeft de Smart-rijder een kleine bandenzaak. In een goed kwartier is de zaak gefikst: band geplakt en weer verwisseld. Na betaling van 10 euro kunnen we weer terug rijden naar de camping. We haken de caravan aan en over deze keer een vrij vlakke weg van normale breedte rijden we richting Parga, naar camping Kato Alissos in het gelijknamige plaatsje.

Camping Kato Alissos 

De temperatuur varieert deze dagen tussen de 25 en 30 graden. Op zich prima strandweer, zou je zeggen. Maar dat valt op deze camping toch wat tegen. Er staat niet alleen steeds een frisse bries, ook blijkt het strandje van de camping nog al te lijden te hebben gehad van stormen. Er is een flink stuk strand weggeslagen en de parasolletjes liggen plat. Niet echt aanlokkelijk. Wel is het goed toeven op het, hoog boven het strand gelegen terras met een 1000 jaar oude olijfboom.

We kiezen er daarom voor deze dagen tochtjes in de omgeving te maken. Zo bekijken we de winkelstraat in Patras en de Andreas-kathedraal. We proeven wijn bij het wijnhuis Achaia Claus. Het wijnhuis is beroemd wegens de Mavrodafni, zoete rode wijn. In fraai versierde vaten ligt nog wijn van meer dan 100 jaar oud!

Een mooie tocht voert ons eerst langs de kust ten oosten van Patras, langs het schattige plaatsje Psathopirgos naar Diakopto en vervolgens naar Kalavitra. In de winter wordt hier geskied. Het plaatsje is dan ook duidelijk op toeristen gericht. Maar zoals eerder deze reis: ook hier is het wel erg rustig in het winkelstraatje en op de terrassen. Vanuit Kalavrita rijden we door de nauwelijks bewoonde bergen terug naar de camping. Een prachtige tocht.

Vlakbij Patra ligt de in 2004 ter gelegenheid van de Olympische Spelen geopende brug over de Golf van Korintie. Een spectaculaire brug, die aan vijf hoge pijlers hangt en al vanaf 25 kilometer afstand is te zien. We rijden over die brug (tol 12 euro) naar de overkant, naar het ommuurde plaatse Nafpaktos. Een gezellige plaats met een openbaar strand bij de stad met tal van terrassen. Vanaf het hooggelegen kasteel hebben we een mooi uitzicht op de daken van het stadje, de Golf van Korintie en weer de brug.
Kennelijk willen niet alle Grieken de tol voor de brug betalen, want naast de brug vaart nog steeds een zeewaardige pont. Ook wij kiezen voor de terugreis die pont en die brengt ons voor 6,50 euro in twintig minuten naar de overkant. De vergelijking met de Westerschelde (zo breed schatten we de Golf hier) en zuinige Zeeuwen dringt zich op!

Veerboot in Patras

De zondagochtend brengen we nog door op de camping, waarna we ’s middags naar Patras rijden. Wijs geworden door de soms gebrekkige bewegwijzering en de voorliefde van Tom-Tom voor nauwe straatjes, hebben we de route naar de boot, die midden uit de stad vertrekt, al verkend. Niet overbodig, want de doorgaande weg vanaf de snelweg (die netjes met het bekende boot-bordje de haven aangeeft), blijkt afgesloten. En ja, vind dan met de hele combinatie van auto en caravan je weg maar door de stad. Ons voorwerk heeft ons echter een andere doorsteek opgeleverd, waarna we netjes via de buitenkant naar de bootterminal rijden. De mooie, nieuwe Minoan-boot brengt ons in 20 uur naar Ancona in Italie, waarna ons de weg naar huis wacht.